dinsdag 20 november 2018

Over de financiële gezondheid van de ziekenhuizen en de toekomstige ziekenhuisnetwerken

Begin november publiceerde de krant De Tijd een financiële doorlichting van de Vlaamse ziekenhuizen. Wij zetten een paar zaken op een verstaanbare manier op een rijtje en formuleren enkele kritische bedenkingen die (bewust?) achterwege gelaten werden door dé krant van de werkgevers.

Enkele cijfers

* De Belgische overheid voorziet een jaarlijks budget van 8,5 miljard euro voor ziekenhuisgeneeskunde voor de 11 miljoen inwoners die ons landje rijk is.

* De Vlaamse ziekenhuizen hebben samen 7 miljard euro schulden.

* In 2017 waren er amper 553 extra aanwervingen (uitgedrukt in voltijdse equivalenten) Dit is vrij miniem op een totaal van 58.000 werknemers én een halvering in vergelijking met 2016 (zie grafiek onder) Dit gaat niet noodzakelijk over verplegend personeel maar bijvoorbeeld ook over IT’ers en juristen.



Een scheefgegroeide situatie

De basiszorg en verpleging zijn zwaar verlieslatend voor de ziekenhuizen. De medische machines en geneesmiddelen daarentegen brengen veel winst op. Een steekproef bij 20 ziekenhuizen gaf een totaal verlies van een kleine 80 miljoen euro op verpleging. De machines en de pillen brachten ELK een slordige 60 miljoen euro op.

Geen “reddingsboei” meer vanwege de overheid

De ziekenhuizen worden in de praktijk verplicht om een stevig spaarpotje achter de hand te houden, al is het maar om vlot leningen te verkrijgen van de banken of bijvoorbeeld voor prefinanciering van (soms megalomane) nieuwbouw. De vroegere impliciete garantie van de overheid om ziekenhuizen in nood bij te springen, is immers voltooid verleden tijd. De Belgische overheid vreest immers dat de EU de ziekenhuisschulden bij de Belgische staatsschuld zou rekenen. In Nederland gingen onlangs enkele ziekenhuizen failliet: de overheid kwam niet tussen.

Structurele onderfinanciering

Er komen steeds meer nieuwe regels bij die extra personeel en budget vragen; een budget dat uiteraard niet voorzien wordt door de overheid. Een voorbeeld is de hoge kostprijs van het EPD (elektronisch patiëntendossier) Een ander duur kostenplaatje zijn de kwaliteitslabels (accreditering door NIAZ en JCI) Toch wel even meegeven dat dit laatste niet verplicht is.

Verouderde personeelsnormen

De huidige (gefinancierde) wettelijke minima voor de personeelsnormen op de zorgdiensten zijn ho-pe-loos verouderd. Vandaag is de turnover van patiënten veel groter dan vroeger door de voortschrijdende inkorting van de opnameduur. Zolang deze gefinancierde minimumnormen niet betekenisvol verhoogd worden, blijft er een significante onderfinanciering bestaan én komt elke maatregel om de werkdruk te verlagen, neer op dweilen met de kraan open …

De pensioenbom onder de hybride ziekenhuizen

Voor de openbare/hybride ziekenhuizen (zoals het ASZ in Aalst dat zowel uit een openbare als een privécomponent bestaat) is er de zogenaamde ‘pensioenbom’ voor het statutair personeel. Dit is het gevolg van een beslissing in Vlaanderen om niet langer personeel in de ziekenhuizen vast te benoemen. Logischerwijze komen hierdoor de lokale pensioenfondsen in de problemen en komt de bodem vrij snel in zicht. Aangezien het aantal werknemers die bijdragen tot die fondsen afneemt (door de stopzetting van de vaste benoeming) drogen die fondsen veel sneller op.  Dit is alvast een mooi voorbeeld van zéér kortzichtige politiek.

En dan vergeten we natuurlijk niet de extra 100 miljoen euro besparingen die de federale regering de ziekenhuizen heeft opgelegd.

Valse oplossingen

De prestatiegeneeskunde in combinatie met de structurele onderfinanciering zorgt voor de beruchte overconsumptie. Die wil men in de toekomst beteugelen met een nieuwe ziekenhuisfinanciering: DRG-financiering voor de laagvariabele zorg. Concreet betekent dit dat de overheid de ziekenhuizen volgens een vast bedrag/gesloten enveloppe per patiëntenprofiel zal financieren, onafhankelijk dus van hoeveel keer de patiënt “onder de machine wordt gelegd.”

Het voorbeeld van Duitsland

In 2004 werd deze vorm van financiering ingevoerd in Duitsland … met negatieve gevolgen voor de zorg én personeel. De concrete bedragen van die vaste enveloppes worden immers eerder naar beneden dan naar boven vastgelegd, wat ziekenhuizen verplicht nóg verder te besparen. In Duitsland leidde dit tot de afschaffing van de wettelijke personeelsnormen en het uitstoten van de ondersteunende diensten die niet direct met de zorg te maken hebben. De ondersteunende diensten werden ondergebracht in aparte firma’s met slechtere arbeidsvoorwaarden. We vrezen dat via de introductie van de ziekenhuisnetwerken en de nieuwe ziekenhuisfinanciering ook in België een dergelijke exodus van ondersteunende diensten op gang zou kunnen komen. We verwijzen naar het vroegere plan voor een gemeenschappelijk logistiek platform met o.a. UZ VUB Jette dat TIJDELIJK in de diepvriezer werd gestoken.

Anderzijds kunnen er heel wat vraagtekens gezet worden bij de exuberante honoraria van bepaalde categorieën artsen-specialisten …

Conclusie

Bij de verschillende hervormingen van minister De Block valt op dat men amper oog heeft voor de arbeidsomstandigheden van het (zorg)personeel terwijl dit toch vrij fundamenteel is. Helaas pindakaas: it’s all about the money! De invoering van de nieuwe functieclassificatie en loonmodel IF-IC blijkt niet voor alle geledingen van het personeel een onverdeeld succes te zijn.  

Wij vrezen dat de andere onderdelen van het federaal sociaal akkoord van 25 oktober 2017 ons onvoldoende zullen wapenen voor de enorme uitdagingen die de komende jaren op ons afkomen in de sector. Uiterste waakzaamheid is geboden!

Onder vind je een vergelijkende tabel over de financiële gezondheid van de partners van het toekomstig ziekenhuisnetwerk Sint-Maria, OLV Aalst, ASZ Aalst exclusief UZ VUB (de universitaire ziekenhuizen werden niet meegenomen in de doorlichting van De Tijd)